Ik ben Priscilla. 38 jaar, en ik kom uit Groningen. Als ik terugkijk op mijn jeugd, voelt het alsof er stukken ontbreken. Mijn herinneringen beginnen pas echt rond mijn zevende, op de basisschool. En wat ik me herinner, is vooral verdriet. Zware herinneringen. Een tijd waarin ik me anders voelde en ook zo behandeld werd. Tot mijn tiende ben ik heel erg gepest. Niet alleen met woorden, maar ook fysiek. Na schooltijd werd ik achtervolgd en in elkaar geslagen. Ik denk dat andere kinderen niet begrepen wie ik was. Misschien zag ik er anders uit in hun ogen, of gedroeg ik me anders. Wat het ook was... ik hoorde er niet bij. Mijn ouders zagen al vroeg dat ik anders was dan andere kinderen. Ik speelde altijd alleen en had weinig contact met anderen. Daarnaast had ik een intense verlatingsangst. Het idee dat iemand mij in de steek zou laten, maakte me doodsbang. Op jonge leeftijd kreeg ik al hulp van de SPD (nu Stichting MEE), maar echte antwoorden waren er toen nog niet. Later werd duidelijk dat mijn verhaal al vóór mijn geboorte begon. Toen mijn moeder zwanger van mij was, bleek dat ik een eeneiige tweelingzus had. Zij is in de baarmoeder overleden. Iets wat je niet bewust meemaakt, maar wat je misschien wel je hele leven met je meedraagt. Ik heb het Verloren Tweeling Syndroom, en diep van binnen voel ik dat dit invloed heeft gehad op mijn ontwikkeling.
Ik geloof dat dat vroege verlies iets in mij heeft geraakt. Dat het heeft bijgedragen aan de problematiek waar ik later mee te maken kreeg: PDD-NOS (tegenwoordig onder autisme), een emotie regulatiestoornis en andere psychische uitdagingen. Alsof mijn leven begon met een gemis dat nooit helemaal verdween. Mijn vader kwam daar later ook achter. Hij las ooit een artikel over het Verloren Tweeling Syndroom, en ineens vielen er voor hem veel puzzelstukjes op hun plek. Voor mij voelt dat nog steeds zo: mijn leven bestaat uit puzzelstukjes die ik stukje bij beetje probeer te begrijpen. Toen ik tien was, ging ik naar een speciale school: de A. van Dokkumschool. Mijn ouders hoopten dat ik daar de juiste begeleiding zou krijgen en dat het pesten zou stoppen. Na schooltijd ging ik naar De Bolder, een opvang voor kinderen met psychische problematiek, om mijn ouders te ontlasten. Maar ook daar werd ik gepest. Op mijn elfde ging ik naar Het Ruige Veld in Rolde. Daar kreeg ik uiteindelijk mijn diagnose: PDD-NOS. Eindelijk een naam voor wat ik al die tijd voelde... maar nog geen rust. Gebeurtenissen komen bij mij binnen als puzzelstukjes.
Op mijn zestiende begon ik met zelfverwonding. Mijn eerste vriendje maakte het uit via de telefoon, en die pijn voelde ondraaglijk. Door mezelf fysiek pijn te doen, hoefde ik de pijn van binnen even niet te voelen. Wat begon met 'één keer' werd al snel een patroon. Eén keer werd twee keer. Twee werd drie. Tot ik er niet meer mee kon stoppen. Ik sneed mezelf om de pijn te dempen. Om mezelf te straffen. Om iets te voelen dat ik kon begrijpen. In mijn hoofd was ik niet goed genoeg en dat gevoel probeerde ik letterlijk weg te snijden. Relaties kwamen en gingen, en elke keer dat het stuk liep, voelde het als bevestiging van mijn diepste angst: dat ik niet genoeg was. Dat het aan mij lag. En iedere keer zocht ik weer dezelfde uitweg. Mijn leven werd een combinatie van verbergen, liegen en overleven. Niemand mocht zien wat ik mezelf aandeed. Zelfs hulpverleners hield ik op afstand. Automutilatie werd mijn manier om met emoties om te gaan. Mijn houvast... en tegelijkertijd mijn val. Pas later durfde ik het te delen met mijn psycholoog. Toen kreeg het een naam: automutilatie. Maar voor mij was het vooral een manier om te blijven bestaan.
Er waren ook momenten van licht. Ik vond steun in mijn geloof, in de kerk, en later in een groep: Life Hurts, God Heals. Daar ontdekte ik dat ik niet de enige was. Dat er meer mensen waren die vochten met zichzelf. Dat gaf troost. Langzaam begon ik te begrijpen dat mijn emoties anders werken. Dat ik niet 'een beetje boos' ben, maar intens woest. Niet 'een beetje verdrietig', maar volledig overspoeld. Alles komt bij mij binnen in uitersten. Dat besef veranderde iets. Ik volgde een emotie regulatietraining en leerde stap voor stap hoe ik met die intensiteit om kon gaan. Het was niet makkelijk, maar het hielp. Beetje bij beetje kreeg ik meer grip. Mijn leven kende veel relaties, veel teleurstellingen en veel momenten waarop ik mezelf kwijt was. Ik zocht liefde, bevestiging en veiligheid bij anderen, terwijl ik dat in mezelf nog niet had gevonden. Ik ben diep gegaan. Heel diep. Ik heb momenten gekend waarop ik niet meer wilde leven. Waarop de pijn te groot was. Waarop ik dacht dat het nooit beter zou worden. Maar ik ben hier nog. En dat is geen toeval.
Er zijn mensen geweest die een onmisbare rol hebben gespeeld in mijn leven. Zoals Deborah — mijn bonusmoeder. Zij zag mij zoals ik echt ben. Niet mijn diagnoses, niet mijn verleden, maar mij als persoon. Zij geloofde in mij, zelfs op momenten dat ik dat zelf niet kon. Door haar ben ik gaan geloven dat ik meer ben dan mijn pijn. Haar verlies was intens. Maar het heeft me ook wakker geschud. Ik wist: ik wil zo niet verder leven. Ik wil niet blijven vechten tegen mezelf — ik wil leren leven mét mezelf. Op 11 december 2019 nam ik een beslissing. Ik stopte met zelfverwonding. Niet omdat iemand het zei. Niet omdat het moest. Maar omdat ik het zelf wilde. Omdat ik voelde dat ik sterker was dan mijn pijn. En dat ben ik. Vandaag de dag sta ik anders in het leven. Mijn emoties zijn er nog steeds — intens, soms overweldigend — maar ik weet nu hoe ik ermee om moet gaan. Ik ben niet meer mijn emoties. Ik ben degene die ermee omgaat. Ik durf weer te vertrouwen. Ik durf mensen dichtbij te laten. En misschien wel het belangrijkste: ik durf mezelf te zijn. Ik woon nu samen met mijn verloofde in Groningen. Hij voelt als thuis. Als rust. Als veiligheid. Iets wat ik lange tijd heb gemist.
Ik ben inmiddels 7 jaar vrij van automutilatie. Ik heb een fijne dagbesteding en ik sport 2x per week, ook daar heb ik lieve mensen om me heen. Ik droom ervan om ervaringsdeskundige te worden. Om anderen te helpen. Om te laten zien dat je, hoe diep je ook zit, altijd weer omhoog kunt komen. Dit is mijn verhaal. Niet perfect. Niet zonder littekens. Maar wel echt. En van mij.
Liefs
Priscilla
Reactie plaatsen
Reacties
Hi Priscilla. Ik heb t helemaal gelezen. Wat ik voor de toekomst hoop is dat je de 1-jarige opleiding tot ervaringsdeskundige kunt gaan volgen. Je hebt echt verdiend anderen te helpen nu. Succes en de nodige rust en vrede samen met je partner.