Als je me een paar jaar geleden had verteld dat ik ooit liever voor mezelf zou zijn, had ik je waarschijnlijk niet geloofd. Ik was mijn eigen grootste criticus. Ik kon uren nadenken over iets wat ik verkeerd had gezegd. Ik gaf mezelf overal de schuld van en vond eigenlijk nooit dat ik goed genoeg was. Hoe hard ik ook mijn best deed, het voelde altijd alsof het beter moest. Alsof ik beter moest zijn. Als ik er nu op terugkijk, vind ik dat best verdrietig. Want als iemand anders een moeilijke dag had, had ik alle begrip van de wereld. Maar voor mezelf? Nee. Dan moest ik gewoon doorgaan. Niet zeuren. Niet huilen. Gewoon sterk zijn.
Inmiddels weet ik dat sterk zijn helemaal niet betekent dat je altijd maar doorgaat. Sterk zijn is soms juist durven toegeven dat je moe bent. Dat je verdriet hebt. Dat je hulp nodig hebt. En vooral: dat je jezelf niet steeds hoeft af te straffen. Als ik kijk naar waar ik nu sta, zie ik pas hoeveel ik eigenlijk ben gegroeid. Sinds ik samen ben met Allard is er zoveel veranderd. Mijn moeder zei laatst dat ze zich eindelijk geen zorgen meer om mij hoeft te maken. Dat raakte me meer dan ik had verwacht. Jarenlang maakten de mensen om mij heen zich zorgen. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik zelf ook niet wist hoe ik verder moest. Dat mijn moeder nu met een gerust hart naar mij kan kijken, voelt als een van de mooiste cadeaus die ik haar én mezelf heb kunnen geven.
Ook de band met mijn zusjes is hersteld. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Familie is niet altijd vanzelfsprekend, en juist daarom koester ik het extra. De afgelopen tijd merk ik ook dat er van binnen iets aan het veranderen is. Sinds ik begonnen ben met de opleiding tot ervaringsdeskundige gebeurt er iets wat ik eigenlijk moeilijk onder woorden kan brengen. Het is alsof vragen waar ik jarenlang mee heb rondgelopen langzaam beantwoord worden. Alsof puzzelstukjes eindelijk op hun plek vallen. Ik leer niet alleen over herstel, maar ook over mezelf. En hoe meer ik leer, hoe beter ik begrijp waarom bepaalde dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan.
Dat geeft rust. Maar het geeft me ook iets anders: hoop. Want ik wil later graag bij de GGZ werken. Ik wil mensen helpen die worstelen met autisme en/of automutilatie. Niet omdat ik alle antwoorden heb, maar omdat ik weet hoe waardevol het is als iemand écht naar je luistert. Iemand die je niet veroordeelt, maar naast je gaat staan. Misschien kan mijn verhaal ooit iemand het gevoel geven dat hij of zij er niet alleen voor staat. Dat zou voor mij al heel veel betekenen. Natuurlijk heb ik ook nog weleens een mindere dag. Soms voel ik me verdrietig of onzeker. Soms lukt niet alles wat ik had gepland. Maar weet je? Dat heeft iedereen weleens. Iedereen heeft weleens een rotdag.
Het verschil is dat ik mezelf daar niet meer volledig op afreken. Ik hoef niet meer perfect te zijn. Ik mag fouten maken. Ik mag rust nemen. Ik mag opnieuw beginnen als iets niet lukt. En misschien is dat wel wat liever zijn voor jezelf echt betekent. Niet dat alles altijd goed gaat. Maar dat je jezelf ook vasthoudt als het even níét goed gaat. Als ik één ding heb geleerd, is het dat herstel niet betekent dat je nooit meer valt. Herstel betekent dat je steeds beter leert opstaan. En als ik kijk naar de vrouw die ik vandaag ben, dan kan ik oprecht zeggen dat ik trots ben. Trots op alle stappen die ik heb gezet. Trots op hoe ver ik ben gekomen.
En misschien nog wel het meest trots op het feit dat ik eindelijk heb geleerd om mezelf met wat meer zachtheid te bekijken. Want uiteindelijk begint herstel niet bij perfect worden. Het begint op het moment dat je besluit dat je ook liefde, geduld en vriendelijkheid verdient. En dat is iets wat ik mezelf elke dag opnieuw probeer te geven.
Liefs Priscilla
Reactie plaatsen
Reacties